|












| |
-
Wanneer er sprake is van niet goed horen
Als u of uw kind problemen heeft met horen of luisteren, kan dat
verschillende oorzaken hebben. Er kan sprake zijn van concentratieproblemen,
aandachtsstoornissen, een zwakke luistervaardigheid, slechthorendheid of zelfs
doofheid.
Concentratieproblemen of aandachtsstoornissen
Als iemand zich niet kan concentreren, zijn aandacht niet goed kan richten of de
aandacht niet vast kan houden, let hij niet op wat gezegd wordt. Zijn gedachten
zijn elders en wat tegen hem gezegd wordt dringt niet door. Er hoeft niets mis
te zijn met het gehoor. Als eerst de aandacht wordt getrokken, lukt het beter.
Naar iets spannends of interessants luisteren lukt vaak wel goed.
Zwakke luistervaardigheid
Van zwakke luistervaardigheid spreken we wanneer het gehoor in orde is, maar het
gehoorde niet goed wordt verwerkt. Hierbij kan onder andere sprake zijn van:
- een zwak auditief geheugen (je onthoudt niet goed wat je hebt gehoord; je kan
bijvoorbeeld geen lange zin letterlijk nazeggen)
- een zwak auditief onderscheidingsvermogen tussen spraakklanken, ook wel
auditieve discriminatie genoemd (je herkent niet goed het verschil tussen
verschillende klanken)
- wisselende reacties op auditieve informatie (wat je hoort komt de ene keer
anders of beter over dan de andere keer)
- moeite met het verstaan van personen, die snel praten (je kan wat je hoort
niet zo snel verwerken en tot je door laten dringen)
- moeite met spraakverstaan in een rumoerige omgeving (je kan het geluid van wat
gezegd wordt niet goed scheiden van het overige lawaai; dit kan ook met
concentratie-problemen of een aandachtsstoornis te maken hebben)
- moeite met het onthouden en manipuleren van spraakklanken (analyse, synthese)
(te vergelijken met spellen: een woord analyseren = uiteenrafelen in losse
opeenvolgende letters met de daarbij behorende klanken en andersom synthetiseren
= samenvoegen van opeenvolgende klanken tot een woord)
De oorzaak van een zwakke luistervaardigheid is meestal niet goed aanwijsbaar.
Het wordt vaak in samenhang gezien met andere symptomen, zoals een
concentratieprobleem.
De gevolgen kunnen ingrijpend zijn en vooral liggen op het gebied van
leerproblemen, communicatieproblemen en gedragsproblemen.
Slechthorendheid
Slechthorendheid kan ontstaan als geluidsgolven (luchttrillingen) niet goed
kunnen worden doorgeleid naar de gehoorszenuw - men spreekt dan van
geleidingsslechthorendheid - of als er problemen zijn met de gehoorszenuw of de
hersendelen, waarin de geluidsprikkels worden verwerkt en bewust worden - men
spreekt dan van perceptieve slechthorendheid.
" Geleidingsslechthorendheid kan bijvoorbeeld ontstaan door problemen (bijvoorbeeld
oorsmeerproppen) in de gehoorgang, ernstige beschadigingen (zoals een scheur)
van het trommelvlies, of problemen (bijvoorbeeld vocht of slijm) in het
middenoor.
Bij een middenoorontsteking kan vocht, slijm of pus zich in het middenoor
ophopen. De druk die daardoor ontstaat kan zo groot worden dat het trommelvlies
scheurt en er een loopoor ontstaat. Bij jonge kinderen is middenoorontsteking
met 'glue ear' nog wel eens een complicatie bij een luchtweginfectie (verkoudheid
en hoesten).
Een tijdelijk gehoorverlies als gevolg van een middenoorontsteking (tot 50 dB)
is op zich geen groot probleem, maar doet het zich regelmatig voor, vooral op
jonge leeftijd, dan kan dit onder andere leiden tot spraak- en taalproblemen.
Soms kan de KNO-arts besluiten een klein gaatje in het trommelvlies te prikken
en daarin een trommelvliesbuisje te plaatsen, zodat eventueel vocht of pus uit
het middenoor weg kan lopen en er geen grote scheur ontstaat door verhoogde druk.
Een klein gaatje groeit weer gemakkelijk dicht, een grotere scheur veel minder
gemakkelijk of onregelmatig met 'littekenweefsel', waardoor het trommelvlies
minder soepel wordt en daardoor ook verminderd gehoor veroorzaakt. Langdurig
bestaan van 'glue ear' kan er de oorzaak van zijn dat de kleine gehoorbeentjes
in het middenoor verkleven en niet vrij meer kunnen 'trillen', waardoor het
horen ernstig wordt belemmerd. De gevolgen van een geleidingsslechthorendheid
kunnen zijn: communicatieproblemen, achterstand in spraak- en/of
taalontwikkeling, gedragsproblemen en sociaal isolement.
" Perceptieve slechthorendheid kan zijn aangeboren of niet-aangeboren.
Aangeboren slechthorendheid kan erfelijk zijn, veroorzaakt worden door ziekten
tijdens de zwangerschap, zoals rode hond, of bijvoorbeeld het gebruik van
bepaalde medicijnen tijdens de zwangerschap. Het gevolg zal zijn dat er
achterstand in de spraak- en taalontwikkeling ontstaat. Wordt de
slechthorendheid vroeg onderkend, dan kan een ernstige spraak- en
taalachterstand met een gehoorapparaat worden voorkomen.
Niet-aangeboren slechthorendheid kan ontstaan als complicatie bij ziekten, zoals
meningitis (hersenvliesontsteking), bof en mazelen, maar kan ook worden
veroorzaakt door een ongeval, door een lawaai-beschadiging (denk aan machines,
discotheek, MP-3 of iPod) of door ouderdom. Een niet-aangeboren slechthorendheid
die vroeg ontstaat, bijvoorbeeld vóórdat de spraak-/taalontwikkeling goed op
gang is gekomen, is qua gevolgen te vergelijken met een aangeboren
slechthorendheid. Ontstaat de niet-aangeboren slechthorendheid later, dan kunnen
er ook communicatieproblemen, gedragsproblemen en sociaal isolement ontstaan. Er
is ook nog wel eens sprake van verminderd beroepsperspectief
Doofheid
Doofheid kan eveneens aangeboren of niet-aangeboren zijn. Bij aangeboren
doofheid ontwikkelt de gesproken taal zich niet spontaan, ook niet na het
aanmeten van hoortoestellen. Als er sprake is van volledige doofheid, als er dus
geen gehoorresten zijn, heeft versterken van wat er niet is ook geen zin.
De oorzaken van doofheid zijn te vergelijken met die van (perceptieve)
slechthorendheid, een enkele keer kan er bij niet-aangeboren doofheid sprake
zijn van een tumor.
De gevolgen van doofheid komen eveneens overeen met die van (ernstige)
slechthorendheid, maar daar komt nog bij dat bij aangeboren doofheid er ook
meestal een slechte verstaanbaarheid is en een opvallende stemgeving. Er zijn
vaak ernstige communicatieproblemen met de horende gemeenschap met heel
gemakkelijk sociaal isolement.
Bij een duidelijke slechthorendheid, door welke oorzaak dan ook, kan een
gehoorapparaat hulp bieden om het geluid te versterken. Daarnaast kan een
logopediste hulp bieden bij het leren omgaan met het apparaat en ondersteunen
door middel van het leren spraakafzien ('liplezen'), articulatietraining,
trainen van de luistervaardigheden en eventueel het leren van gebarentaal.
Jonge kinderen, die ernstig slechthorend zijn of doof en niet middels gesproken
taal kunnen communiceren, zullen van aangepast onderwijs op de Kennedyschool
goed kunnen profiteren.-.
Medisch Opvoedkundig Bureau
Rode Kruislaan 15, Paramaribo
Telefoon: 498748
08/01/2008
| |
|