|












| |
-
Aids in relatie tot voeding
Een goede voedingstoestand is zeer belangrijk bij de ondersteuning van ons
immuunsysteem. Seropositieven hebben er alle baat bij dat ze gezond eten.
Overigens geldt dat ook voor niet-besmette personen, die gezond moeten blijven
eten om beter bestand te zijn tegen ziekten.
Ter afronding van het vak Voeding en gezondheid moesten de MO-A Biologie
studenten van het Instituut voor Opleiding van Leraren (IOL) een praktisch
onderzoek doen. Joyce S. Kloppenburg koos voor het onderwerp "Voedingstoestand
van seropositieven". Vanwege de gevoeligheid van dit onderwerp hebben degenen (seropositieven,
artsen en andere deskundigen) die hun bijdrage hebben geleverd gevraagd hun naam
niet te vernoemen. 38 (58,6 procent) van de 65 geënquêteerde seropositieven
behoorden tot de leeftijdsgroep 21 - 40 jaar. Als naar hun de seksuele
geaardheid werd gevraagd gaven 54 (83,1 procent) aan heteroseksueel te zijn.
Gewichtsverlies blijkt een van de meest opvallende symptomen te zijn. 20 (30,8
procent) van de geënquêteerden dachten wel last van gewichtsverlies hebben. Het
nuttigen van groenten en fruit is van eminent belang voor seropositieven, toch
blijkt uit dit onderzoek dat slechts 28 (43,1 procent) dagelijks groenten te
consumeren, terwijl 27 (41, 5 procent) dit antwoord voor fruit aangaven.
Begrippen HIV en AIDS
Hiv staat voor Human Immuno deficientie Virus. Het geeft aan dat alleen bij de
mens deze aandoening voorkomt. Bij een hiv infectie wordt t het immuunsysteem
verzwakt door een virus.
Aids staat voor Acquired Immuno Deficientie Syndroom, wat inhoudt dat het een
vergevorderde fase is van de hiv-infectie. Let wel niet iedereen die besmet is
met het hiv-virus krijgt aids.
De behandeling van hiv is erop daarom opgericht de ontwikkeling van de ziekte te
vertragen, het beheersen van de symptomen en het nemen van stappen die de best
mogelijke kwalitiet van het leven garanderen.
Het immuunsysteem
Het immuunsysteem is ons natuurlijk afweermechanisme. Het is complex, maar werkt
zeer effectief, precies als een motor die de juiste bezine en onderhoud krijgt.
Bij hiv/aids is er sprake van een retrovirus die zich in het lichaam van een
mens zal reproduceren (vermenigvuldigen). Het lichaam van de besmette persoon
maakt inplaats van zijn eigen cellen nu dan hiv- cellen. Het virus maakt het
systeem dat voor bescherming moet zorgen zwak met als gevolg dat allerlei
ziektekiemen makkelijker het lichaam binnendringen.Verschillende cellen van het
lichaam vormen samen het Immuunsysteem (1,2).
Deze cellen zijn:
- Macrofagenen neutrophillen, deze zijn wittebloedlichaampjes. Ze zijn groot en
sterk, gaan op zoek naar ziektekiemen in het lichaam en als ze deze gevonden
hebben zij wordt zo'n ziektekiem omsingeld en uitgeschakeld(1,2 )
- Witte bloedlichaampjes die alleen werken; zij vernietigen de binnengekomen
ziektekiemen, nadat zij deze hebben opgezocht en gevonden hebben.
- T4 Helpercel, deze cellen organiseren zich om binnengedrongen ziektekiemen te
bestrijden. Deze cellen vertellen aan de andere wittebloedlichaampjes wat ze
moeten doen om binnendringers te bestrijden.
- T8 dodercellen, deze functioneren precies als de eerder genoemde macrofagen.
Ze gaan in het lichaam op zoek naar ziektekiemen. Deze cellen weten precies naar
welke soort cellen zij moeten zoeken.(1, 2)
- De B-cellen produceren een chemische stof die antistoffen wordt genoemd. Zij
herkennen de ziektekiem en plakken dan aan ze. Zij zorgen ervoor dat het iets
makkelijker is om zo'n ziektekiem te doden.
- T8 onderdrukkers geven de andere cellen aan om hun functie te stoppen, wanneer
de ziektekiemen zijn onderdrukt.
- CD4 lymfocyt is een belangrijk onderdeel om weerstand te bieden tegen
besmettingen. Het is een graadmeter voor de immuunstatus van de desbetreffende
persoon. De normale CD4-waarde is tussen de 500-1800/mm3 (4).
- Het hiv-virus kan niet lang alleen blijven, het moet dus cellen besmetten,
zodat dit hiv-virus kan overleven.
Andersoortige virussen besmetten de cellen, maar het hiv-virus infecteert het
gehele immuunsysteem.
Het hiv-virus valt de macrofagen en de CD4 cellen aan .Het virus gaat hechten
aan de macrofaag en gebruikt deze macrofaag om zichzelf te vermenigvuldigen. Het
besmet dan ook de T4 helper cel en doodt deze.Het gevolg is dat het gehele
immuunsysteem in de war raakt .
Het aantal CD4-lymfocyten vermindert, dus gaat het immuunsysteem niet goed
functioneren.Soms merkt de persoon niets van zo'n infectie. Zo'n infectie kan
tot zes maanden na de besmetting met het virus duren om antilichamen tegen hiv
in het bloed te kunnen ontdekken.
Afhankelijk van het klinisch beeld en de laboratoriumuitslagen worden de mensen
gecategoriseerd in:
- asymptomatisch: de weerstand is nauwelijks of licht verminderd.
- symptomatisch; sterk verminderde weerstand (4).
Daalt het aantal CD4 lymfocyten dan treden er allerlei infectie ziekten op, die
opportunistisch worden genoemd.Ze profiteren van de verzwakte situatie van het
immuunsysteem.
De verschijnselen van een opportunistische infectie zijn onder andere koorts,
nachtzweten, mondzweren, ontsteking van de mond en darmen en huiduitslag.
Voeding
Een goede voedingstoestand ondersteunt het immuunsysteem, hetgeen de
ontwikkeling van dit ziektebeeld kan vertragen.Ook al zou je niet besmet zijn,
moet je toch nog gezond eten, omdat je dan beter bestand zal zijn tegen ziekten.
Je voorkomt bijvoorbeeld vermoeidheid en gewichtsverlies. Je verhoogt ook de
functies van je immuunsysteem en het vermogen van je lichaam om infecties tegen
te gaan. Aids, het eindstadium van infectie met het humaan immunodeficiëntie
virus (hiv), gaat veelal gepaard met ernstig gewichtsverlies. Aangezien de
levensverwachting samenhangt met de mate van gewichtsverlies, wordt aan voeding
een belangrijke rol toegeschreven bij de behandeling. Ook wordt voeding van
belang geacht bij het verlengen van de asymptomatische periode bij hiv-besmette
personen.
Een met hiv-geïnfecteerd persoon kan soms langer dan 10 jaar in een gezonde,
asymptomatische toestand blijven, voordat hij of zij Aids-patiënt wordt. De
mogelijkheid zou kunnen bestaan dat de lengte van deze asymptomatische periode
te beïnvloeden is door een bepaald dieet.
Op basis van deze hypothese worden alternatieve diëten en dieetsupplementen
aangeprezen. Zo wordt aan hiv-geïnfecteerde personen voorgehouden dat zij bij
gebruik van een megadosis vitamine C, grote hoeveelheden acidophilus yoghurt,
Chinese kruiden, of bij overschakelen op de macrobiotiek, langer gezond zullen
blijven. Wetenschappelijk bewijs hiervoor is niet voorhanden. Mogelijk is er
inderdaad een verbetering te verwachten in de conditie van de personen die
dergelijke diëten volgen. Dit kan dan waarschijnlijk grotendeels worden
toegeschreven aan psychologische effecten die uitgaan van het geloof zelf
invloed te kunnen uitoefenen op deze ernstige ziekte.
HIV-besmette mensen zijn gevoeliger voor infecties daarom is het belangrijk dat
je in een goede voedingstoestand verkeert. Het is ook heel belangrijk aan te
geven dat een goede voedingstoestand als therapie kan dienen, dus een aanpassing
van het voe-dings/eetpatroon om zodoende de voedingsgerelateerde complicaties
van dit ziektebeeld te beheren (1,2)
Het is nodig dat aangegeven wordt wat goede voeding precies inhoudt. Een
maaltijd moet samengesteld worden uit verschillende voedingstoffen. Het moet
gevarieerd zijn. Maak daarom gebruik van de voedingspyramide. Slechte voeding,
gebrekkige voedselopname, verhoogd gebruik van de voedingsbestanddelen van het
lichaam en het verlies van voedingsbestanddelen van het lichaam zullen het
immuunsysteem verzwakken met als gevolg infecties. Deze infecties op hun beurt
maken dat je gebrekkig voedsel tot je kunt nemen. Het is dus een cyclus welke je
kunt doorbreken met goede voeding en persoonlijke hygiëne. Deze ziekte heeft
enkele (zeer gevreesde complicaties ) die gerelateerd zijn aan de voeding vooral
(1,2): Ondervoeding, inadequate voeding en of voedingsstoffenopname, verhoogd/overvloedig
voedingsstofverlies, toename van de voedingsbehoefte en metabolische afwijkingen
Onderzoek
Joyce Kloppenburg moest een enquête-formulier samenstellen en daarmee
seropositieven enquêteren. Ze moest verder ook 5 artsen middels een
samengestelde vragenlijst interviewen. In totaal enqueteerde ze 65
seropositieven. Van de 65 geënquêteerde seropositieven waren 30 (46,2 procent)
mannen en 35 (53,8 procent) vrouwen. Kijken naar de bevolkingsgroepen dan waren
17 (26,2 procent) creool en nog eens 17 (26,2 procent) gemengd. Er waren verder
dertien marrons (20,0 procent), 8 (12,3 procent) hindostanen, 6 (9,2 procent)
inheemsen en 4 (6,2 procent) Javanen. Wanneer de geënquêteerden in
leeftijdsgroepen werden verdeeld dan blijken 38 (58,6 procent) tot de
leeftijdsgroep 21 - 40 jaar te behoren. De leeftijdsgroep 41 - 60 jaar stond op
de tweede plaats met 18 (27,7 procent) gevolgd door de leeftijdsgroep jonger of
gelijk aan 20 met 7 (10,8 procent) personen. Ook in de leeftijdsgroep ouder dan
60 jaar waren er seropositieven, namelijk 2 (3,1 procent). Als naar de seksuele
geaardheid werd gevraagd gaven 54 (83,1 procent) aan hetrosexueel te zijn. 7
(10,8 procent) waren biseksueel en 4 (6,2 procent) homoseksueel (alle vier waren
mannen). Op de meerkeuze vraag "Hoe bent u besmet geraakt?" gaven 51 (78,5
procent) aan middels vaginale seks, 10 (15,4 procent) meenden middels orale seks
en 7 (10,8 procent) gaven aan middels anale seks. 1 (1,5 procent) was al langer
dan 15 jaren seropositief, 4 (6,2 procent) tussen 11 - 15 jaar en 11 (16,9
procent) tussen 6 - 10 jaar. De grootste groep en wel 30 personen (46,2 procent)
gaven aan tussen 1 - 5 jaar al (kampen te hebben. 30 (46,2 procent) van deze
geënquêteerden zei nog geen klachten te hebben geconstateerd. 20 (30,8 procent)
dachten wel last van gewichtsverlies te hebben, terwijl 14 (21,6 procent) een
verminderde eetlust vaststelden. Diarree (10, 15,4 procent), darm ontsteking (6,
9,2 procent), mondzweren (3, 4,6 procent) waren ook klachten die men aangaf. Op
de vraag "Wie gaf u het advies uw voedings/eetpatroon te veranderen" gaven 29
(44,6 procent) aan "de arts", terwijl 13 (20,0 procent) meenden "de
verpleegkundigen". Opvallend is dat niemand het antwoord "diëtist" invulden,
ondanks het feit dat deze groep van deskundigen een positieve bijdrage kunnen
leveren bij de voedingtoestand van seropositieven. 33 (50,8 procent) van de
geënquêteerden zeiden hun voeding zelf te breiden, in 18 gevallen (27,7 procent)
is het hun moeder die de voeding bereid, terwijl 8 (12,3 procent) hun
levenspartner aangaven. Om de weerstand in tact te houden is het van belang dat
seropositieven voldoende groenten en fruit consumeren. Toch meenden slechts 28
(43,1 procent) dagelijks groenten te consumeren, terwijl 27 (41, 5 procent) dit
antwoord voor fruit aangaven. Uit meerdere wetenschappelijke studies is al
bewezen dat yoghurt verscheidene infecties tegen kan gaan, dus blijkt uit het
onderzoek van Kloppenburg dat slechts 12 (18,5 procent) seropositieven aangaven
dagelijks yoghurt of melkprodukten te consumeren
Artsen
Joyce Kloppenburg heeft ook 5 artsen geïnterviewd. Drie van hen gaven aan
dagelijks met seropositieven te doen te hebben. Vier van de 5 zeiden dan
gewichtsverlies en diarree het meest voorkomen bij seropositieven, terwijl 3 ook
nog aangaven dat een verminderde eetlust en candida schimmels in de mond veel
voorkomende symptomen zijn. Hoewel artsen niet gespecialiseerd zijn in voeding,
gaven 4 van de 5 zelf voedingsadviezen aan seropositieven. Slechts 1 gaf heel
duidelijk aan de patiënten naar een diëtist te verwijzen.-.
Referentie
1. Caribbbean Food and Nutrition Institute, 2003. Gezond leven voor beter leven
2. Caribbean Food and Nutrition Institute, 2004. Gezond leven voor beter leven
3.Caribisch Regionaal Netwerk. Naar een positieve toekomst: Het begrip van
aanhankelijkheid en het effect of de gevolgen van behandeling.
4. Richtlijn Preventie transmissie Moeder op kind protocol, mei 2006
Ricky W. Stutgard M.Sc.
07/07/2008
| |
|